JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)

De grote Johann Sebastian Bach (1685-1750) wordt tegenwoordig beschouwd als eind- en hoogtepunt van de Barokperiode.

Lees verder..

WEBLOG

Bach niet op de cello

door Gé Bartman, cellist van de Radio Kamer Filharmonie

De muzikale werkelijkheid van J.S.Bach kent zoveel raadsels, dat het toe te juichen is, wanneer iemand een poging onderneemt in deze diepzee van oh’s en ah’s af te duiken, om met enkele opgedoken schatten weer boven te komen, schatten, die een nieuw licht doen werpen op dat ondoorgrondelijke fenomeen, geboren te Eisenach.


Uit velen van die schatduikers noemen we hier de Nederlandse cellist Anner Bylsma (1934), de Litouwse pianist Leopold Godowsky (1870-1938) en de Nederlandse klavecimbelspeler Gustav Leonhardt (1928).


J.S.Bach schreef solowerken voor de cello, wellicht als oefening, voor hemzelf, en een beoogd cellospeler. In deze cellosuites heeft hij de polyfone stijl – zijn stijl tout court – tot het uiterste geabstraheerd, zoals de Nederlander Piet Mondriaan deed, die de klassieke figuratieve afbeeldingstechniek wist terug te leiden tot horizontale en verticale kleurvlakken en strepen.


Tegen welke boom geleund stond Mondriaan zijn ezel, bij zijn ongenaakbare reductie, welke muzikale lijnen heeft J.S.Bach gehoord, en nooit opgeschreven, in die solosuites? Hoe zit het met de harmonische afwikkeling van verzwegen basnoten? Kunnen we het ‘origineel’ ooit terugvinden? Zou er, op grond van wat ons bekend is aan stijlprincipes van J.S.Bach, wel een ‘protomuziek’ hebben kúnnen bestaan? Stel deze vragen gerust ook aan zijn andere solowerken, gemaakt voor de fluit en de viool.


Suggestie zou de sleutel kunnen zijn – het menselijk oor vult aan wat het niet hoort, maar wil horen, omdat het in een vertrouwde omgeving exact weet wat het verwachten kan, na eenduidige impulsen. Zo hoor je een fuga-inzet bijv. ‘aankomen’. Als je knap weet te improviseren op je instrument, en je de vrijheid kent je soepel rond te bewegen in – bijvoorbeeld - de fugatische stijl, is je gehoor op niveau ontwikkeld, en doen je vingers in no time wat je in gedachten komt. Als je in dit geval toevallig op de cello bezig bent, en in de professionele buurt van ene J.S.Bach opduikt, is het misschien de klankrijkdom van je wat wonderlijke geen-viool-geen-bas instrument, waarop het razendmooi cantilene spelen is, terwijl een fundamenteler rol als basso-continuo instrument je eigenlijk evengoed afgaat – geen vlees, geen vis – is het misschien zijn muzikale januskop, die juist de cello uitdagender maakt dan andere éenstemmige instrumenten, en die J.S.Bach heeft gebracht tot het zagen van de puzzel die déze stukken blijven, de puzzel, waarvan wíj de stukjes maar niet definitief gelegd krijgen.

Anner Bijlsma
Raspuzzelaar Anner Bylsma heeft in zijn reeds legendarische geschrift ‘Bach, The Fencing Master’ met eindeloos geduld zitten vijlen en schuren, om moeilijke stukjes passend te maken. Wat intelligente mensen vermogen uit te vinden kan van alles zijn – nog wel het minst van belang is de vraag, of zij hiermee ook een blijvende werkelijkheid op het spoor zijn gekomen. Archeologen deinzen er niet voor terug om met een botsplinter in de hand een nieuwe afstammingstheorie op te werpen. Het is de creatieve mens, die voortdurend de werkelijkheid een nieuw gezicht geeft - omdat in de natuur nu eenmaal alles in proces verschijnt – en dus nergens niets ooit niet verandert. Dit is de legitieme reden, waarom ook in het boek van Anner regelmatig feitjes op gespannen voet mogen verkeren met hun interpretatie – wat is eigenlijk een feitje? Een feit?


De boodschap van Bylsma is luid en duidelijk: probeer niet op het niveau van denken van die J.S.Bach te geraken, maar speel het spel, waarvoor híj de regels opstelt – en om winnen kán het echt niet gaan, want die regels zijn eenvoudig té moeilijk. Ere wie ere toekomt: Anner Bylsma schreef zijn boek, maar zijn cellospel heeft enige vorm van apologie niet van node. Van hem leren we: liever niet te zoeken naar de ‘authentiek – historisch juiste versie van de cellosuites’, maar naar de versie van een authentiek mens en kunstenaar - die in zijn geval nog zijnsgelijke zoekt. Lees zijn boek en ontdek een andere wijze van puzzelen op J.S.Bach.


Van Gustav Leonhardt is bij leerlingen bekend, hoe scherpzinnig hij de klavecimbel- en orgelmuziek van J.S.Bach weet te Gustav Leonhardtduiden. Hij is een speler van het type, dat in de tijd van J.S.Bach op royaal succes kon rekenen – en bijgevolg natuurlijk met zijn klavecimbelvingers niet af kon blijven van de suite voor vijfsnarige cello, de zesde. Hier gebeurt, waar elke cellist die dit heeft gehoord, nog minstens een halve nacht over na zou moeten liggen mijmeren: van eenstemmige muziek in de f-sleutel een klavierwerk wrochten waar twee handen en tien vingers voor nodig zijn. Opeens hoor je harmonieën, die je steeds niet zeker wist te duiden, tegenstemmen, die je vermoedde maar niet wist in welke ligging, meerstemmigheid, kortom, het lijkt erg veel op een ‘echte’ J.S.Bach. Toppunt van vreugde is natuurlijk vooral het onblusbaar plezier, dat J.S.Bachs muziek in een creatief mens weet te ontsteken.


Dan weet bij al dit creatieve vuurwerk Leopold Godowsky de klap op de vuurpijl uit te delen. Drie Leopold Godowskycomplete cellosuites verkleedt hij voor de piano in een feestkledij aan harmonieën, polyfonie, bovenal eigen vondsten, die dezelfde opwinding verraden als bij Gustav Leonhardt. Zijn eindresultaat is een behoorlijk eind uit de buurt van de echte J.S.Bach geraakt, en daarmee is het er alleen nog maar leuker van geworden. Een knappe fuga geschreven op de prelude van de c-moll suite, je zit er met rode oren bij. Die door J.S.Bach tot op het bot uitgebeende sarabande uit dezelfde suite, dat stamelend gebed, wat hij ermee doet is onvergetelijk. Leopold Godowsky droeg zijn kijk op de c-moll suite op aan de Catalaan Pablo Casals, en zijn d-moll suite aan de Belg Jean Gérardy. Aan twee cellisten! Snapt u nu, dat het hier niet gaat om ijdel vertoon van instrumentale macht, maar om een liefdevolle poging, de parel in die niet te openen oester tóch voor het geestesoog te brengen? Welk subliem tijdverdrijf! Nog eens subliem gespeeld door Konstantin Scherbakov. Zijn naam was J.S.Bach. En hij voorzag ons geworstel met hem.


Gé Bartman


- Anner BYLSMA ‘Bach, The Fencing Master’ ISBN 90-9011 794-6 zie www.bylsmafencing.com
- Johann Sebastian BACH Sonata d-moll BWV 1001/Sonata G-dur BWV 1005/Suite D-dur BWV 1012
Gustav Leonhardt, klavecimbel Harmonia Mundi 567 16 9528 2
- Leopold GODOWSKY Johann Sebastian Bach Suite BWV 1011/Suite BWV 1008/ Suite BWV 1009
transcripties voor piano Konstantin Scherbakov, piano NAXOS Marco Polo 8.225267

REACTIES

Er zijn nog geen reacties.

REAGEER

Typ de antispamcode over