JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)

De grote Johann Sebastian Bach (1685-1750) wordt tegenwoordig beschouwd als eind- en hoogtepunt van de Barokperiode.

Lees verder..

WEBLOG

Henk de Vlieger

Wat ik van Bach vind...

door Henk de Vlieger, slagwerker van het Radio Filharmonisch Orkest

Johann Sebastian Bach is de grootste componist aller tijden. Deze overtuiging draag ik al sinds mijn kindertijd met me mee. Wie het me ooit heeft wijsgemaakt weet ik niet. Heb ik het soms ergens gelezen? Hebben mijn calvinistische opvoeders het me met de paplepel ingegoten? Of werd het me verteld tijdens mijn harmoniumlessen op de muziekschool? Daar kwam de compositorische kwaliteit van de stukjes die ik wekelijks moest instuderen zeker ter sprake. Maar mijn onvolprezen orgelleraar behandelde Bach toch met dezelfde geestdrift als Händel, Mozart, Liszt of Franck om er maar een paar te noemen. Als hij al een absolute voorkeur voor één van deze grote meesters had, heeft hij het nooit laten blijken.


Als puber werd ik gegrepen door de symfonieën van Beethoven. Daarna volgde een fascinatie en ongebreidelde hartstocht voor zowat het hele romantische orkestrepertoire. Als slagwerkstudent aan het conservatorium stortte ik me vervolgens op de grote componisten van de twintigste eeuw. Gretig zoog ik de kennis in me op. Ik leerde stromingen, stijlen en componisten op gehoor te herkennen, te waarderen en ontwikkelde mijn muzikale voor- en afkeuren. Daarbij moet ik bekennen dat barokmuziek door mijn studierichting wat op de achtergrond raakte. Zoals velen koester ik een aantal componisten als mijn favorieten. Voor één daarvan - nee, niet Bach - ontwikkelde ik een speciale affiniteit, hij is tot op de dag van vandaag mijn absolute held. En toch bleef Bach onaantastbaar de allergrootste onder de componisten. Nooit heb ik daaraan getwijfeld. Ik denk trouwens dat mijn grote idool het roerend met me eens zou zijn.


Vanwaar die stelligheid? Kun je eigenlijk wel van een componist beweren dat hij de grootste is? Hoe is die grootheid dan meetbaar? Componeren is toch geen wedstrijd? We hebben het over kunst en beoordeling daarvan vindt hoofdzakelijk plaats op subjectieve gronden. En we hebben het over smaak en daarover valt weliswaar veel te zeggen maar niet te twisten. Waarom acht ik Bach ondanks deze bedenkingen dan toch groter dan al die anderen, groter zelfs dan mijn idool? Het antwoord is simpel: Bachs vakmanschap is onovertroffen. In alle genres die hij beoefende - en dat waren er nogal wat - leverde hij onveranderd topkwaliteit. Op een slappe melodie kun je hem niet betrappen. Zijn ritmiek is altijd levendig en vol veerkracht. Zijn harmonieën, of ze nu eenvoudig zijn of complex, voeren altijd een onderhoudend muzikaal betoog. Van de kleinste menuetjes tot groot opgezette werken als de Goldbergvariaties, zijn vormbeheersing is altijd subliem. Hij kende de instrumenten waarvoor hij schreef door en door en wist bijzondere mogelijkheden op een treffende manier toe te passen. Kortom: Bach schoot altijd in de roos.


Maar behalve die buitengewone ambachtelijke kwaliteiten had Bach nog een bijzondere eigenschap waarin zijn grootheid tot uitdrukking komt en die zou voor mijn bewondering wel eens doorslaggevend kunnen zijn. Hij had een enorm vermogen om de mogelijkheden van zijn materiaal te doorgronden. En wel à la minute! Al improviserend wist hij een muzikaal gegeven op alle mogelijke manieren te combineren. Als geen ander overzag hij hoe een thema zich in een vergroting, een omkering, een kreeftgang zou gedragen, door welke transposities het geleid en door welke harmoniëen het gekleurd, gestuurd en ontwikkeld kon worden. Hij voelde zich uitgedaagd door muzikale puzzeltjes, oefeningen in contrapunt. Zoals wij plezier beleven aan het oplossen van een cryptogram of een sudoku, schiep hij er genoegen in om raadselcanons te ontwerpen: melodietjes die met zichzelf gecombineerd moesten worden. De vraag is dan: hoe?


Bach en zijn raadselcanonToen Bach toetrad tot een "Correspondirenden Sozietät der musikalischen Wissenschaften" in Leipzig, schonk hij die club overeenkomstig de statuten een levensgroot portret van zichzelf. Het is het bekende Bach-portret, geschilderd door Elias Gottlieb Hausmann, waarop hij staat afgebeeld met een velletje muziekschrift in zijn hand. Daarop staat op drie balken zo'n raadselcanon geschreven. Iemand heeft het uitgerekend: er zijn 11.239.424 mogelijkheden om deze drie stemmen met zichzelf te combineren, waarvan er natuurlijk maar één goed klinkt. Knappe jongen die dit vraagstuk zomaar even oplost. Gelukkig heeft Bach ons een hint gegeven. Er bestaat namelijk een copie van het portret, waarschijnlijk vervaardigd voor de eigen familie. Daarop houdt hij hetzelfde raadsel ondersteboven vast. De oplossing van het vraagstuk is dan ook dat de drie gegeven stemmen horizontaal gespiegeld moeten worden. Stijgende intervallen worden dan dalende en omgekeerd. Men voege de drie nieuwe stemmen bij de oude door ze een maat later te laten inzetten en we horen een welluidende zesstemmige tripelcanon!


Ik stel me zo voor dat Bach zich al improviserend en componerend voortdurend opgaven stelde, die hij op briljante wijze wist op te lossen. Hij had er een speciaal zintuig voor ontwikkeld. Het droeg allemaal bij aan de geweldige geestkracht, waarmee hij uiteindelijk in staat was om die puur abstracte, uiterst beheerste, fascinerende, harmonieuze, zuiverende, ja: helende werken te componeren, werken die door niemand zouden worden geëvenaard: Musikalisches Opfer en Die Kunst der Fuge.


Als slagwerker in het Radio Filharmonisch Orkest, dat hoofdzakelijk repertoire uit de negentiende en twintigste eeuw speelt, kom ik in mijn dagelijks werk niet veel in aanraking met de muziek van Bach. Ik heb dat nooit erg gevonden, want er komt in ons orkest genoeg héél knappe en héél mooie muziek van andere héél grote componisten voorbij. Maar thuis, op de piano, ligt altijd wel een Bach-album opengeslagen. En als ik ondanks mijn zeer gebrekkige pianospel weer eens in een partita, fantasia of fughetta weet door te dringen, raak ik steevast in een staat van verwondering. Hoe is het toch mogelijk, dat iemand zo kon goochelen met motieven en tegelijkertijd zo'n diepgang wist te bereiken! Ik kan er gewoon niet omheen: Johann Sebastian Bach is de grootste componist aller tijden.

Henk de Vlieger

REACTIES

Jacky

Helemaal mee eens. Het wordt mij steeds weer duidelijk op die momenten dat ik een werk van Bach luister. Verlangen om een andere melodie te horen valt dan weg. Als ik echter een werk van een andere componist luister ben ik eerder afgeleid en geneigd mindere passages over te slaan.

JS

Mooi artikel. En ik ben het ermee eens: Bach is de grootste.

REAGEER

Typ de antispamcode over