JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)

De grote Johann Sebastian Bach (1685-1750) wordt tegenwoordig beschouwd als eind- en hoogtepunt van de Barokperiode.

Lees verder..

WEBLOG

Mauricio Fernández

Bach: theater in de kerk?

door Mauricio Fernández, casting director ZaterdagMatinee & de Vrijdag van Vredenburg

Het was begin jaren zestig toen ik mijn eerste stappen zette op het gebied van het pianospel en het was mijn oudoom, toen pianodocent aan het conservatorium van Mexico Stad die mij bij de hand nam op mijn Bachiaanse ontdekkingstocht. Zoals ieder beginnend pianostudent waren de onvermijdelijke Inventionen (toen in de beroemde, lees verguisde Busoni-bewerkingen) mijn eerste pogingen het Bach-universum te ontrafelen. Discipline was niet mijn sterkste kant dus dat was wel zwoegen 'am Klavier', trillers en andere versieringen wilden maar niet op de maat lukken maar gaandeweg leerde ik alle vijftien Inventionen uit mijn hoofd, gevolgd door de Sinfonia's.

Inmiddels had ik het klavecimbel ontdekt en een geheel nieuwe wereld vol wonderen ging voor mij open. Hoewel ik als pianist het niet verder heb geschopt dan de preludes van Skriabin en wat Chopin, Haydn en Beethoven, de roep van de oude muziek was onweerstaanbaar geworden, dus ik ging op zoek naar een klavecimbeldocent zonder zèlf een instrument in mijn bezit te hebben. Eind jaren zestig was de oude muziek in Mexico veelal iets voor ingewijden en er was maar één oude Poolse mevrouw die klavecimbel doceerde aan het conservatorium, Julieta Goldschwarz, oud-leerlinge van de befaamde Wanda Landowska. Toen ik Julieta voor het eerst hoorde en zag spelen werd ik bevangen door een golf van paniek: alles wat ik geleerd had als pianist werd teniet gedaan door de meest vreemde techniek die ik ooit had gezien. Kromme vingers, lage polsen en een verkrampte houding deden mijn enthousiasme voor het klavecimbel snel vervagen, ik kon niet geloven dat je op zo'n manier op een toetsinstrument kon spelen! Uiteindelijk kwam er redding in de figuur van een oud-leerlinge van Gustav Leonhardt en bij haar ontdekte ik de toen magische wereld van het échte klavecimbelspel. Het was ook de oude muziek die mij deed besluiten om naar Nederland te komen en hier verder te gaan studeren; helaas (of wellicht gelukkig!) heb ik het instrument inmiddels terzijde geschoven, mijn ware liefde is toch altijd de menselijke stem geweest en deze liefde kon ik dankzij de Matinee in daden omzetten bij het casten van de opera- en vocale concerten.

Maar wat heeft Bach überhaupt met opera te maken zou je zeggen? Wel: muzikale en esthetische discipline is het antwoord.

In het algemeen zijn niet alle stemmen geschikt om Bach of barokmuziek te zingen, hoewel dit wel verandert de laatste jaren. Was de oude muziekbeweging in de jaren zestig min of meer gegijzeld door Angelsaksische musici, langzaamaan zien we gelukkig een enorme verandering plaatsvinden. De ijle, vibratoloze stemmetjes, vooral van z.g. countertenoren, maken nu plaats voor échte 'normale' stemmen. Wellicht heeft dit te maken met een culturele omwenteling want Zuid-Europese musici bijvoorbeeld leren nu de muziek van eigen bodem te waarderen en het zou interessant zijn om te zien of dit leidt tot het ontstaan van nationale zangkunst of juist tot de gevreesde vocale globalisering.

Persoonlijk verzet ik mij tegen elke vorm van orthodoxie als het gaat om de interpretatie van oude muziek en van Bach in het bijzonder. Ik kan mij eenvoudigweg niet voorstellen dat iemand, die tal van kinderen heeft verwekt een koude kikker zou zijn geweest en hier komt weer mijn oudoom in beeld: hij had thuis een bord aan de muur hangen met het portret van de componist. Dit was echter geen alledaagse voorstelling want het profiel werd gevormd door naakte vrouwenfiguren en het was echt Meissen-porselein! Bachs muziek zit vol hartstocht, hij bewonderde Italiaanse muziek en het theatrale pathos van zijn passionen en cantates kan niet op een ascetische manier worden weergegeven. Dat Bach geen opera heeft geschreven, betekent in mijn visie niet dat je zijn vocale muziek met neutrale stemmen moet gaan bezetten. Voorlopig weten we vrij weinig van de zangkunst in de achttiende eeuw. We hebben veel tractaten, dat is waar, maar geen opnamen uiteraard en ik vraag mij af: was het gezelschap dat wekelijks naar de cantatediensten van Bach luisterde anders dan het publiek dat naar de opera ging? Verwachtten ze louter vroomheid of ook theater in de kerk?
Ik kies zonder twijfel voor de tweede optie.

Mauricio Fernández

REACTIES

Er zijn nog geen reacties.

REAGEER

Typ de antispamcode over