JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)

De grote Johann Sebastian Bach (1685-1750) wordt tegenwoordig beschouwd als eind- en hoogtepunt van de Barokperiode.

Lees verder..

WEBLOG

Henk de Vlieger

Bach wel op het (draai)orgel

door Henk de Vlieger, slagwerker van het Radio Filharmonisch Orkest

In mijn vorige blog "Wat ik van Bach vind..." tipte ik al aan dat de muziek van Johann Sebastian Bach voor het Radio Filharmonisch Orkest geen dagelijkse kost is. Niettemin bewaar ik goede herinneringen aan de zeldzame keren dat deze componist bij ons op de lessenaars stond. Dat het dan niet om de authentieke Bach ging moge duidelijk zijn, het ging om bewerkingen. Zo sloot ons orkest het jaar 1997 af met een schitterend programma, waarbij Brahms (Haydnvariaties) en Bruckner (Te Deum) werden gecombineerd met Bach. Het ging hier om twee van de zogenaamde Leipziger Chorale, "Komm, Gott, Schöpfer, heiliger Geist" en Arnold Schönberg "Schmücke dich, o liebe Seele", oorspronkelijk composities voor orgel, door niemand minder dan Arnold Schönberg georkestreerd en daarmee van de kerk naar de concertzaal getransporteerd. Niks oudemuziekpraktijk, het orkest trad aan in viervoudige blazersbezetting. Minimaal, want ik herinner me bijvoorbeeld een zeskoppige klarinetsectie. Wat ik me ook herinner is dat onze toenmalige chef-dirigent Edo de Waart terecht verlangde dat deze stukken geheel in stijl werden uitgevoerd: met een weelderige, laatromantische orkestklank welteverstaan. Ik kon er niets aan doen, vanaf de eerste repetitie tot het laatste concert bezorgde het me kippenvel, tintelingen in de nek en een brok in de keel.

Natuurlijk, Schönberg was een groot instrumentator, maar het waren toch vooral de geniale noten van Bach die die ontroering bij me teweeg brachten. Dat moet ik wel vaststellen omdat een andere transcriptie van Schönberg, hoe knap ook gedaan, me veel minder kan bekoren: de orkestratie van Brahms' eerste pianokwartet. Ik vind dat Brahms door deze bewerking een jas krijgt aangemeten die hem al te potsierlijk staat. Bij Brahms en bij de meeste grote componisten is het namelijk wel degelijk van belang met welke intentie, met welk idee, voor welke instrumenten een stuk gearrangeerd wordt. Het vreemde is nu, dat het lijkt of dat er bij Bach helemaal niets toe doet. Hij past moeiteloos in elk jasje.

Jongstleden september speelde het Radio Filharmonisch Orkest in de ZaterdagMatinee de zesstemmige Ricercare uit het "Musikalisches Opfer". Bewerkt door Anton WebernAnton Webern. Omdat Bach niet heeft aangegeven met welk(e) instrument(en) dit monumentale werk moet worden uitgevoerd, hebben al vele bewerkers hierop hun ideeën losgelaten. De orkestratie van Webern steekt echter met kop en schouder boven alle visies uit. Hij deed geen poging om een barokke klank te benaderen, maar kleurde bijna iedere noot met een andere instrumentatie, zodat de frases voortdurend door het orkest wandelen. Een verbrokkelde Bach? Integendeel! Door deze behandeling word je - typisch Webern - gedwongen om heel geconcentreerd te luisteren. En Bach blijft hierbij gewoon Bach, de geniale noten winnen alleen maar aan intensiteit.

Uit 1940 stamt de legendariche muziekfilm Fantasia van Walt Disney (en ik zal de laatste zijn om dit een B-film te noemen). Voor deze gelegenheid trad The Philadelphia Orchestra aan onder leiding van Leopold Stokowski, die een aantal absolute meesterwerken van een Hollywoodjasje voorzag. Zo wordt in "L'apprenti sorcier" van Dukas hier en daar schaamteloos een maat geschrapt, wordt "Le sacre du printemps" van Strawinsky helemaal overhoop gehaald en wordt Moessorgski aan Schubert vastgeplakt in een nieuwe versie van "Nacht op de kale berg". Het doel heiligt hier de middelen, maar als je deze stukken goed kent, schrik je toch wel even. Zo niet bij Bach, wiens befaamde Toccata en Fuga in d mineur door Stokowski werd georkestreerd. Zeker niet het meest subtiele werk van Bach, maar voor Stokowski kon het allemaal niet ver genoeg gaan en hij deed er nog wat extravagante scheppen bovenop. Heiligschennis? Het doet wat mij betreft geen enkele afbreuk aan de oorspronkelijke compositie. Sterker nog, hoewel ik een liefhebber ben van orgelmuziek, moet ik er niet aan denken dat voor deze filmbeelden de originele versie zou zijn gebruikt.

Harry Mootens Bach-LPWat je ook met zijn muziek uithaalt, Bach blijft altijd Bach. Als slagwerkstudent heb ik me eens gestort op het Vioolconcert in a klein, waarvan de solopartij door Morris Goldenberg is bewerkt (nou ja, overgeschreven) voor xylofoon. Ik heb het gebruikt als studiemateriaal, maar het zal zo vast wel eens uitgevoerd zijn en waarom eigenlijk niet? Sinds jaar en dag wordt het geaccepteeerd dat de klavierwerken van Bach op een moderne concertvleugel worden uitgevoerd. Harry Mooten bewees dat ze ook heel smaakvol op het accordeon kunnen klinken. Bachs Inventies en Goldbergvariaties sieren tegenwoordig de concertprogramma's, vertolkt door gerespecteerde strijkers. Ooit hoorde ik in een theatervoorstelling het Bach-koraal "Christe, du bist der helle Tag", gespeeld door saxofoonkwartet. Het klonk alsof Adolphe Sax speciaal voor deze muziek de saxofoon heeft uitgevonden!

Sommige Bachbewerkingen zijn zo inventief, dat het bijna (of helemaal, wie zal het beoordelen) nieuwe composities worden. Ik herinner me een uitvoering, vele jaren geleden, ik meen door drie blokfluiten, maar laat me wat dat betreft graag corrigeren, van de Canon per tonos uit Bachs "Musikalisches Opfer". Dit is een eindeloos stijgende canon, die voortdurend moduleert: iedere herhaling staat een toon hoger dan de voorafgaande. In deze curieuze uitvoering begon het stuk feitelijk onder de laagste noot van de beschikbare instrumenten, in stilte dus. Vervolgens klonken de eerste losse noten, een enkele noot, die net in de laagste registers van de instrumenten paste. Bij iedere herhaling werden steeds meer noten speelbaar en langzamerhand herkende je flarden van melodieën, een spannend proces. Op een gegeven moment paste de canon geheel binnen de omvang van de instrumenten en werd ze in volle glorie, almaar stijgend voortgezet. Uiteindelijk werden de noten zo hoog, dat ze onspeelbaar werden en dus weggelaten. Via wat ijle flarden en een enkele hoge piep verdween de muziek tenslotte in het eeuwige niets. Weet iemand nog van wie dit briljante idee was?

dansorgelNog één voorbeeld dan. Van onze landgenoot Gilius van Bergeijk bestaat een opmerkelijke compositie met de titel BAC. Hoewel er waarschijnlijk geen pen aan te pas is gekomen, is dit stuk geschreven voor "The busy drone", het Mortier dansorgel dat zich ooit bevond in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Ook deze compositie bestaat uit een simpel idee dat consequent is uitgewerkt, de titel verklapt het eigenlijk al. We horen een draaiorgelversie van het dubbelconcert (hobo/viool) van Bach, maar van iedere maat is de laatste tel weggelaten. Het eerste deel staat daardoor niet in vierkwarts-, maar in driekwarts maat. In het tweede deel, dat oorsponkelijk in twaalfachtste maat staat, klinkt nu een elfachtste. En het derde deel snelt voort in éénkwarts maat - grote stappen, gauw thuis. Bedankt hoor, Gilius! Maar wat blijkt? Ondanks de machinale uitvoering en de genadeloze amputatie blijft Bach recht overeind! Zijn geniale noten zijn gewoon niet stuk te krijgen!

Henk de Vlieger

REACTIES

Er zijn nog geen reacties.

REAGEER

Typ de antispamcode over